Rivieren en Dichterswijk
Chronische angst- en depressie
Chronische angst- en depressie

Voor patiënten die langdurig last hebben van depressieve klachten of angstklachten is een integraal en wijkgericht zorgprogramma ontwikkeld. Daarbij gaat het om zowel signalering van de problematiek, als afspraken over het proces van intake, registratie en behandeling. Ook omvat het zorgprogramma een wijkgericht zorgaanbod voor patiënten met stabiele chronische GGZ-klachten, die door de gespecialiseerde zorg zijn uitbehandeld en zijn terugverwezen naar de eerste lijn.
Chronische angst- en stemmingsklachten gaan vaak niet vanzelf over, of komen juist wel vanzelf weer terug. Adequate ondersteuning of behandeling kan naar verwachting voor een deel van de patiënten verlichting of meer stabiliteit in hun functioneren bieden.
De eerste signalering zal vooral bij de huisarts liggen. Maar het is belangrijk dat ook andere zorgverleners en medewerkers hierop alert zijn. Er is inmiddels een signalenlijst opgesteld die toegepast kan worden bij patiëntcontact en medicatiegebruik. De signalering gaat uit van een ‘open ogen’-houding. Bij het vermoeden van langer bestaande angst- of stemmingsklachten gaat de zorgverlener het gesprek hierover aan met de patiënt. De zorgverlener stelt zelf vast of er sprake is van chronische angst en/of depressie en kan hierbij gebruik maken van consultatie (psycholoog, psychiater) of vragenlijsten (BDI, SCL-90).
Als een zorgverlener wel signalen opmerkt maar geen indicatie kan stellen, neemt hij of zij, met toestemming van de patiënt, contact op met de huisarts, die desgewenst verdere zorg in gang kan zetten. Dit geldt bijvoorbeeld voor apothekers- en doktersassistenten, fysiotherapeuten, wijkverpleging en buurtteam. Bij indicatie voor zorg (ook hiervoor is een lijst vastgesteld) zal de zorgverlener de patiënt proberen te motiveren om in zorg te gaan met als eerste stap een consult bij de POH-GGZ. Verder is het proces van intake, registratie en behandeling inclusief evaluatie beschreven. De POH-GGZ is de regiebehandelaar. Bij het zorgprogramma is een consultatief psychiater betrokken. Het is aan de behandelaar om daarvan al dan niet gebruik te maken. Hiervan wordt melding gemaakt aan de regiebehandelaar.
Voor meer achtergronden over de totstandkoming van dit project en ondersteunende informatie zijn de documenten ‘Chroniciteit bij depressie en angst’ en ‘Stappenplan chronische angst- en stemmingsklachten’ op aanvraag beschikbaar.